Overbeweeglijkheid van het gewricht (hypermobiliteit of hyperlaxiteit)

Klacht

Bij hypermobiliteit (of hyperlaxiteit) lijkt het wel of alle gewrichten ‘los’ zitten. Schouder, de bovenarm en het been kunnen gemakkelijk uit de kom schieten. Vaak heb je ook knieklachten bij het fietsen en traplopen. Bekende problemen zijn lage rugklachten, vermoeidheid en pijn aan de polsen.

Oorzaak overbeweeglijke gewrichten

Mensen met hypermobiliteit zijn bijzonder lenig. Ze kunnen hun gewrichten zoals tenen, vingers, ellebogen en knieën verder doorbuigen dan de meeste mensen. Bij hypermobiliteit zijn de gewrichten buitengewoon elastisch doordat kapsels en banden minder stevig zijn dan normaal. Ze rekken gemakkelijk mee bij het aanspannen. Het is geen afwijking of een ziekte maar een eigenschap waarmee je probleemloos oud kan worden. Hyperlaxiteit komt voor bij minder dan twee procent van de bevolking en vaker bij kinderen met het syndroom van Down.

Wat zijn de gevolgen?

Heb je aanleg voor hypermobiliteit, dan kun je je gewrichten verder dan normaal strekken en overstrekken. Dat op zich is geen aanleiding voor klachten. Sterker nog, het kan een voordeel zijn bij ballet of turnen. Veranderingen in het bindweefsel maken dat je gewrichtsbanden en het kapsel elastischer worden. Bij belasting zullen ze in plaats van strak opspannen juist heel soepel gaan meerekken. Dat is de reden waarom de gewrichten zich verder dan normaal bewegen. Bij intensief sporten bestaat wel gevaar voor telkens verzwikken van de enkels.

Wat kun je doen?

Als er voetklachten zijn, is het belangrijk goed te luisteren naar de signalen van je lichaam.  Steunzolen, aangepaste schoenen en braces om te stabiliseren kunnen uitkomst bieden. Fysiotherapie kan daarbij een ondersteuning zijn.